Knoflook, broccoli en Juffrouw Wijdmond. Verhalen van Ronald Poelstra

Ronald Poelstra werkte vanaf 1964 bij Windig AGF BV op de Centrale Markt. Windig – eens een belangrijke naam op de markt - verkocht producten aan de  Amsterdamse horeca uit België en Frankrijk vanuit hun pakhuis aan Pier P aan het westelijk toeleidingskanaal. Toen Windig zich ook op kleinhandelaren wilde gaan richten, zochten ze een plekje in de grote hal. Ronald Poelstra, inmiddels met pensioen,  wil ons daar graag over vertellen.

Poelstra met een luchtfoto van het markterrein, die nog altijd in zijn woonkamer hangt

“Je kan het je nu niet meer voorstellen, maar wij waren destijds de leveranciers van de allereerste knoflook in Nederland. En de eerste aubergines. Dat kenden de Nederlandse consument nog helemaal niet en moesten we zelf opsporen. Ik heb als inkoper daarom ontzettend veel gereisd. Ik ging zelf naar de koks in Frankrijk, die ons uit eerste hand konden vertellen welke artisjok het meest geschikt was voor in de keuken en voor welk gerecht. Die kennis gaf Windig een enorm voordeel in de handel. Mijn eerste grote zakenreizen waren naar Italië om venkel te importeren, of de eerste verse bosuitjes en broccoli;  je kan het niet praktiseren of het werd in Nederland nog niet verkocht. Windig zat in de grote hal aan de kant van de aardappelmarkt (westzijde) en had zijn plekje onderhands gekocht van Piet Hoogesteger. Marktplaatsen werden nooit publiek aangeboden, hoor, want vóór de tijd dat ze werden aangeboden waren ze al verkocht, zal ik maar zeggen. Ja, dat was zeker een beetje grijs, maar zo is alle handel nu eenmaal altijd. De grote markthal was één grote gemeenschap van kooplieden. Je kende iedereen wel van gezicht, maar de mensen die in dezelfde hoek zaten als Windig, kende ik natuurlijk beter dan de rest. Ik zal je vertellen wie er allemaal zat rond onze stek, want over al die mensen is wel iets bijzonders te vertellen.”

“Op de hoek naast on zat Gerard Keijser met zijn waren. Keijser was een oud keeper van Ajax uit de tijd dat die ploeg nog alleen amateur voetbal deed, maar hij was nog steeds zo goed dat Arsenal uit London hem had gevraagd of hij ook bij hun kwam keepen. Dus stond Gerard doordeweeks op de markt en elk weekend ging hij met het vliegtuig naar Londen. Daar komt de uitdrukking ‘de vliegende keep’ vandaan, dat weet bijna niemand meer. Het was wel een verhaal hoor, die Keijser, want op een gegeven moment was hij ‘even weg’ van de Markt. Bleek dat hij ook geld op en neer smokkelde in een leren voetbal en daar even voor vast zat. Naast Keijser zat Klaas Kroon. Kroon deed grove groenten, koolsoorten, uien, bloemkool, dat soort zaken. Op de hoek daarnaast zat Sam Pront, een Joodse grossier. Daar kochten wij weer onze perssinaasappelen van in redelijk grote volumes, soms wel 200 kisten per week.”

..Breng jij dit even naar onze beste klant..

“Naast Pront zaten de gebroeders Piller. Dat waren zeer markante figuren. Het bedrijf werd geleid door de broers Levi en Barend. Levi, was diep Joods, hij droeg altijd een donkerblauwe lange jas, een zwarte hoed en handschoenen en had een stevig Amsterdams-joodse tongval. Zijn broer Barend was exact het tegenoverstelde, een beetje een sloddervos-achtig type, een amateur boxer, maar commercieel wel weer de handigste van de twee. Beiden hadden ze ook hun zoons in de zaak. De Pillers’ hadden zich gespecialiseerd in - hoe zal ik het zeggen - citrusfruit dat niet 100% was. Dat haalden ze zeer goedkoop in Rotterdam bij de havens. Soms waren die partijen zo slecht dat alles vrijwel meteen naar het afval kon, maar soms iets beter. Dan konden wij bij Windig een mooie marge behalen door de wat betere kratten bij hem op te kopen vóór de markt open ging. De slechte dozen bleven natuurlijk achter. Een aardig verhaal is dat Levi Piller een keer naar die achtergebleven rotte dozen wees en naar zijn zoon riep: ‘Breng jij dit effe naar onze best klant!’. Prompt stond die jongen met een wagen rotte sinaasappels bij ons pakhuis op de stoep aan Pier P! ‘Wat maak je me nou, opsodemieteren met die troep van je’, riepen wij dan lachend. Die jongen had de sarcastische knipoog van vader Piller niet begrepen: zijn beste klant was namelijk ‘Juffrouw Wijdmond’. Dat was de afvalschuit!”

 

 

Foto: Poelstra met de luchtfoto van het marktterrein, die nog altijd in zijn woonkamer hangt

Met dank aan R. Poelstra.

Tekst Jobbe Wijnen

 

OP DE HOOGTE BLIJVEN

Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen bij de Centrale Markthal en de andere projecten van BOEi? Meld je hier aan en blijf op de hoogte! Lees ook de privacyverklaring.

MELD JE AAN

Recente verhalen

09-12-2019

De horeca op de centrale markt is een sociale factor van belang. Er waren al vanaf de jaren 30...

03-12-2019

We spreken met marktmeesters Aloys Wiegerink en John Reijns over…wilde dieren op de markt? Inderdaad...

02-12-2019

Ronald Poelstra vertelt ons graag over wat hij meemaakte in de Centrale Markthal, een levendige plek...